Toelichting criteria

Welke selectiecriteria kun je gebruiken?

Doel

Draagvlak voor beleid vergroten: Het doel is zoveel mogelijk inwoners informeren en raadplegen over het beleid. De gemeente wil de kans op weerstand tegen een concreet plan verminderen door aan het begin mensen te laten meedenken. Zo kan de gemeente in een vroeg stadium rekening houden met de wensen van inwoners. Niemand moet kunnen zeggen ‘Mij is hierover niets gevraagd’.

Verhogen kwaliteit van beleid: Het hoofddoel is om het beleid met nieuwe ideeën, suggesties en visies van inwoners te verrijken. Dan komen meestal ‘gesloten’ vormen van burgerparticipatie in aanmerking. Die vormen maken het mogelijk om sterk gemotiveerde en op diversiteit geselecteerde inwoners bij elkaar te brengen en die van de nodige informatie te voorzien. Zij krijgen de tijd en de mogelijkheden om het beleidsonderwerp van alle kanten te bespreken om uiteindelijk een beredeneerd advies uit te brengen.

Zelfwerkzaamheid van burgers bevorderen: Door inwoners te laten participeren, wil de gemeente de inwoners meer bekend maken met wat de gemeente kan bieden op wijkniveau. Vooral inwoners (meer) bewust maken van het feit dat ze zelf ook oplossingen kunnen vinden voor (beleids)problemen is hierbij belangrijk. Deze participatievorm gebeurt meestal op wijkniveau.

Sociale cohesie versterken: Sociale cohesie kan vergroot worden als inwoners met elkaar over beleid praten, naar oplossingen zoeken en zo elkaar goed leren kennen. Ook worden door deze participatievormen vaak moeilijk bereikbare groepen betrokken bij beleid, de gemeente en de wijk.

Ideeën of informatie genereren: Het hoofddoel van participatie is om zoveel mogelijk ideeën en oplossingen vanuit verschillende perspectieven te verzamelen. Het is dan interessant om naast inwoners ook deskundigen, ondernemers, werknemers…etc mee te laten doen. Naast de overheid houden bovendien ook veel andere instellingen zich bezig met burgerparticipatie (bijvoorbeeld zorginstellingen en woningbouwcorporaties).

 

Beleidsfase

Agendavorming: Participatie vindt plaats in de fase van agendavorming. Deelnemers dragen onderwerpen aan voor beleid.

Beleidsvorming: Dit wordt ook planvorming genoemd. Deelnemers denken mee over de plannen van de gemeente en over beleidsalternatieven.

Besluitvorming: Inwoners nemen zelf een beslissing (binnen het kader dat de raad stelt).

Uitvoering: Deelnemers gaan participeren bij de uitvoering van het beleid, of ze gaan meedenken over hoe de uitvoering het best georganiseerd kan worden.

Evaluatie: Inwoners hebben een rol in de beoordeling van de effecten van het beleid.

Mate van invloed (participatieladder)

De mate van invloed die deelnemers aan burgerparticipatie in een beleidsproces krijgen, wordt ook wel voorgesteld als een participatieladder. Het gaat dan niet alleen om de beleidsfase waarin burgers betrokken worden, maar ook om de verantwoordelijkheid die burgers krijgen, of anders gezegd, om de rol die ze spelen.

Een besluit hierover is van belang a) omdat het bepaalt in hoeverre de raad of het college de uitkomst van burgerparticipatie dient te volgen en b) omdat het de methode van participatie mede bepaalt. Hier beperken we ons tot vier min of meer duidelijk te onderscheiden rollen van de deelnemers. Informeren (ook vaak genoemd als onderdeel van de participatieladder) wordt hier niet als een vorm van participatie beschouwd, aangezien burgers hierbij slechts geïnformeerd worden over een beleidsvoornemen.

Raadplegen: Het politiek bestuur bepaalt in hoge mate zelf de politieke agenda voor de besluitvorming. De gemeente vraagt inwoners om hun mening, hun opvattingen over of visie op bepaalde beleidsonderwerpen. De burgerrol is dus die van informant. De deelname is relatief kort en weinig inspannend, de verantwoordelijkheid is licht. De vrijheid van ‘de politiek’ om de resultaten te gebruiken is relatief groot.

Adviseren: Het politiek bestuur stelt de politieke agenda samen. Deelnemers krijgen informatie over een beleidsonderwerp, overleggen daarover en komen tot een advies aan het gemeentebestuur over dat onderwerp. Deelname vergt een redelijke tijdsinvestering van burgers; bij adviesraden zelfs een substantiële. Deelnemers nemen een duidelijke verantwoordelijkheid: ze zijn aanspreekbaar op hun advies. Raad of college kunnen weliswaar (een deel van) het advies naast zich neerleggen, maar ze dienen wel uitvoerig te beargumenteren waarom ze dat doen.

Coproduceren: Inwoners nemen deel aan de planvorming. Samen met beleidsambtenaren en eventueel externe deskundigen werken ze beleidsvoorstellen uit. De rol van de deelnemende burgers lijkt op die van beleidsambtenaar. Deelnemers investeren relatief veel tijd en ze nemen ook hier een duidelijke verantwoordelijkheid: ze zijn (mede-)aanspreekbaar op de geleverde voorstellen/plannen. ‘De politiek’ moet het resultaat zwaar mee laten wegen in de besluitvorming en dient veel aandacht te geven aan terugkoppeling naar de deelnemers over het effect van hun inbreng.

Meebeslissen: Besluitvorming wordt mede aan de betrokkenen gedelegeerd. Het politiek bestuur verbindt zich aan deze besluiten. Inwoners nemen zelf beslissingen binnen het kader dat de raad stelt. Dat is het geval bij referenda en bij territoriale delegatie van raadsbevoegdheden aan deelraden, wijk- of dorpsraden, of functionele delegatie aan sector- of categorale raden. Soms spreekt men ook wel van beslissingen van burgers als buurt- , dorps- of wijkbewoners zelf bestemmingen mogen geven aan een buurt-, dorps- of wijkbudget. De raad geeft dan gecontroleerd en onder strikte voorwaarden bevoegdheden aan een groep burgers. Vanzelfsprekend moeten dan zaken als representativiteit (in de zin van gelegitimeerde vertegenwoordiging), verantwoording en controle, goed zijn geregeld.

Groepsgrootte

Tot 15 mensen: Deelnemers worden geselecteerd en uitgenodigd om te participeren. De gemeente zoekt mensen met een bepaalde expertise of achtergrond. Vaak wordt gezocht naar een diverse groep, maar het kan ook juist de bedoeling zijn om alleen een bepaalde doelgroep te laten meedenken (bijvoorbeeld jongeren, ouderen, etc).

Tot 50 mensen: Hier komen meer open werkmethoden (zonder selectie vooraf) aan bod. Echter, een groep tot 50 mensen kun je ook nog als gemeente zelf selecteren en uitnodigen als het doel is om een bepaalde groep uit de samenleving te laten participeren of een groep van een bepaalde samenstelling bij elkaar te brengen.

Onbeperkt aantal deelnemers: Hier kan iedereen meedoen. De mogelijkheid tot participatie wordt breed gecommuniceerd. Je weet niet wie mee zal doen en wie niet. Ook de hoeveelheid mensen die uiteindelijk deelneemt aan het participatietraject is onbekend. Vaak is het wel zo dat mensen die meedoen meestal al geïnteresseerd zijn in het onderwerp.

Duur van de werkvorm

Structureel: De participatiewerkvorm wordt als onderdeel van het werk van de gemeente geïntroduceerd in de gemeente. Inwoners die deelnemen nemen gedurende een langere tijd deel aan verschillende participatietrajecten.

Incidenteel kort lopend: De participatiemethode wordt eenmalig toegepast op een concreet beleidsonderdeel. Het kan variëren van één avond tot ongeveer twee maanden.

Incidenteel langer lopend: De participatiemethode wordt eenmalig gebruikt, maar de methode zelf vraagt een wat langere tijd van actieve participatie. Deelnemers moeten zich langer dan twee maanden inzetten voor de gemeente, maar het is wel duidelijk begrensd in de tijd.